Selecteer een pagina

loodgieterswerk

de waterinstallatie

Koud water komt vanaf de straat ondergronds via een leiding jouw woning in. Deze loopt naar de watermeter in de meterkast. Dit koude water loopt via leidingen direct door naar alle water-vragende ruimtes en voorzieningen (zoals keuken, douche en toilet), naar de cv-installatie en/of (close-in)boiler en de tappunten: kranen binnen en buiten, sanitaire voorzieningen en wasmachine/droger/vaatwasser. Het warmwatertoestel zorgt voor het warme kraanwater; De waterinstallatie bestaat uit een koud- en warmwaterleidingnet. Deze leidingen bestaan grotendeels uit kunststof. De stop- en aftapkraan, ofwel hoofdkraan, is te vinden bij de watermeter.

De leidingen zijn weggewerkt in wanden, dekvloeren, plafonds, kruipruimte en leidingschachten. Waterleidingen verwerkt in de wanden lopen meestal vanaf de kraan naar beneden. Let echter op: soms lopen ze horizontaal of schuin en/of naar boven). Houd hier rekening mee als je in de wand wilt boren.

Tijdens de aanleg van de waterleiding kan vuil achterblijven. De leidingen zijn voor de oplevering doorgespoeld. Wij raden het echter aan de eerste maand elke dag de kranen een paar minuten open te zetten om de laatste resten te verwijderen. Ook verwijder je het vuil door het zeefje (de perlator) in de kranen af en toe eraf te draaien en schoon te maken. Zo kun je het water zonder risico drinken.

Het drinkwaterbedrijf is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het drinkwater tot aan de watermeter. Hij zorgt dat het drinkwater tot aan de watermeter voldoet aan alle wettelijke eisen. Na de watermeter is de bewoner/eigenaar hoofdverantwoordelijk voor de waterkwaliteit.

legionella
De waterleidinginstallatie is bij nieuwbouwwoningen zo ontworpen dat de kans op legionella zo minimaal mogelijk is. Toch kan legionella ontstaan in leidingen die onvoldoende gebruikt worden en waar het stilstaande water geruime tijd tussen de 25 °C en 50 °C blijft.dWater in de waterinstallatie is beperkt houdbaar. Deze maatregelen waarborgen de drinkwaterkwaliteit en voorkomen een legionellabesmetting zoveel mogelijk:

• legionella gedijt goed tussen de 25 °C en 50 °C. Je kunt legionella zoveel mogelijk voorkomen door  zelf de temperatuur van het warmwatertoestel te regelen. Zorg dan dat op alle tapkranen het warme water een temperatuur heeft van ten minste 55° C. Dit kun je instellen op je warmwatertoestel. Stel dit af op 60° C. Stel de temperatuur echter niet te hoog in, in verband met gezondheidsrisico’s (met name brandwonden) en een verhoogde kans op kalkafzetting in de toestellen, leidingen en kranen. Raadpleeg de gebruikersinstructie van het warmwatertoestel en vraag de onderhoudsmonteur te controleren op de juiste temperatuurinstelling.
• zijn de sanitaire ruimtes casco opgeleverd, zorg dan dat deze zo snel mogelijk worden afgemonteerd en dat de leidingen voor gebruik goed worden doorgespoeld
• koud- en warmwatertapkranen die zelden gebruikt worden, spoel je wekelijks één minuut lang door. Denk bij voorbeeld aan kranen op slaapkamers, in de garage of de buitenkraan
• ben je langer dan een week niet thuis geweest, laat dan op een aantal tappunten het koude en warme water één minuut stromen. Tapkranen waarvan het water vernevelt laat je lopen in een emmer. Draai de sproeikop er van tevoren af. Dit voorkomt besmetting via verdamping
• het waterleidingbedrijf eist de aanwezigheid van een beluchtingskraan bij de aansluiting van een vaatwasser. Bij de wasmachine opstelplaats is deze standaard
• ook het water in een tuinslang die in de volle zon hangt kan een risico vormen. Wordt deze niet dagelijks gebruikt, dan adviseren wij deze voor gebruik door te spoelen zonder sproeistuk. Dit water kan probleemloos gebruikt worden voor de planten. Risico op besmetting voorkom je echter ook door de tuinslang na elk gebruik leeg te laten lopen.

tips voor de doe-het-zelver:
• dop leidingen niet af, maar probeer de gehele leiding te verwijderen. Is dit niet mogelijk, dop deze dan af zo dicht mogelijk bij de hoofdleiding
• gebruik alleen materialen met het Kiwa-keurmerk die toegestaan zijn voor toepassing in leidingwaterinstallaties
• win advies in over de benodigde terugstroombeveiliging bij de aansluiting van uw apparaten
• leg whirlpools en luxe bad voorzieningen zodanig aan dat ze volledig leeg lopen.

waterslag
De wasmachine of één-hendel mengkranen kunnen de watertoevoer abrupt afbreken, waardoor in de waterleiding een waterslag ontstaat. Men noemt dit ook wel klappende leidingen. De geluidsoverlast die dit veroorzaakt is enkel te voorkomen enkel door de mengkraan minder snel te sluiten. De waterslag voorkom je niet. Het is echter niet schadelijk voor de installatie.

lekkage
De watermeter loopt al bij het geringste watergebruik. Vermoed je lekkage in uw woning, draai dan eerst alle kranen dicht. Wanneer het radertje van de watermeter blijft lopen, dan is er hoogstwaarschijnlijk lekkage in een leiding. Onderzoek of je gedeeltelijk iets kunt afsluiten, zodat je bij bepaalde tappunten water houdt. Bij een overlopend toiletreservoir sluit je bij voorbeeld het stopkraantje bij het toilet af. Sluit het water in de woning geheel af door de hendels aan weerszijden van de watermeter, haaks op de waterleiding, dicht te draaien.

de binnenriolering

Alle sanitaire toestellen, zoals toilet, douche, bad e.d., in je woning zijn aangesloten op de binnenriolering. Dit geld ook voor de  spoelbak in de keuken (gootsteen), eventuele uitstortgootsteen in de garage of berging en vloerputten. Deze afvoerleidingen zijn aangelegd voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater met een zeer beperkte hoeveelheid vaste bestanddelen tot buiten de woning. Daar is de riolering via de buitenriolering aangesloten op het gemeentelijke riool onder de openbare weg. Het gemeentelijke riool vervoert het afvalwater naar de waterzuiveringsinstallatie.

 Omdat er snel een risico is voor verstopping van de afvoeren volgen hierbij enkele tips:
• deponeer geen stoffen of vloeistoffen met chemische bestanddelen in toestellen die op de riolering aansluiten. Ze kunnen de riolering verstoppen en zelfs beschadigen, maar zijn bovendien zeer schadelijk voor het milieu. Het is zeer kostbaar om de chemicaliën weer uit het vuile water te halen.
• deponeer (vettige) etensresten niet in het toilet, gootsteen of andere toestellen die op de binnenriolering aansluiten, maar in de vuilnisbak
• bij het afwassen voorkom je de afvoer van etens- en vetresten via de riolering echter niet helemaal. Je voorkomt verstopping echter door de afvoer regelmatig te spoelen en/of te ontvetten met soda of heet water
• de gootsteen van de keuken kun je eens per maand doorspoelen door de gootsteen vol te laten lopen met kokend heet water en een paar scheppen soda. Vervolgens de gootsteen door laten spoelen. De soda lost de vettigheid in de leidingen op
• vochtige toiletdoekjes, maandverband, tampons en keukenpapier zijn te groot en zetten extra uit in contact met water. Zij horen dus niet thuis in het toilet, maar in de vuilnisbak
• maak regelmatig de sifons schoon van de wastafel en van de doucheput of douche goot. Door haren in de afvoer kan ook een verstopping ontstaan
Schakel bij hardnekkige verstoppingen een erkend ontstoppingsbedrijf in.

inspectie van de riolering na oplevering
Heb je een kruipruimte onder het huis, inspecteer deze dan een paar maanden nadat je de woning hebt betrokken. Het kan namelijk zijn, dat door het regelmatige gebruik van water een aansluiting los raakt. Dit controleer je eenvoudig door een scheut ammoniak mee te spoelen, bijvoorbeeld in het toilet. Als je onder de vloer niets ruikt is alles in orde. Ontdek je echter lekkage, meld dit dan direct bij de uitvoerder of schakel een erkende loodgieter in.

stankoverlast
De binnenriolering is via de buitenriolering aangesloten op het gemeentelijke riool. Een waterslot op de afvoer van de sanitaire toestellen voorkomt stankoverlast. Een waterslot is een bocht in de afvoer waarin water blijft staan. Dit voorkomt een open verbinding met het riool. Het waterslot kent verschillende uitvoeringen: de sifon, bekersifon of zwanenhals. Het kan voorkomen dat het water uit het waterslot verdwijnt, bijvoorbeeld door verdamping bij weinig gebruik of door wegzuiging bij overbelasting van het riool. Dit kan stankoverlast veroorzaken. Laat de kraan even lopen om het waterslot opnieuw te vullen met water en je bent van de stank af. Je kunt ook een scheutje olie in de sifons gieten om het verdampingsproces te vertragen. Demonteer af en toe de sifon, bekersifon of zwanenhals om deze schoon te maken. 

de buitenriolering

de buitenkraan
Voor de eerste vorst tap je de leidingen van de buitenkraan af om vorstschade te voorkomen. Hiervoor sluit je de aparte afsluiter af en zet je de aftapkraan en de gevelkraan open. Zo kan het water dat in de leiding blijft staan weg wanneer het bevriest en springt de leiding niet.

de hemelwaterafvoer
Alle neerslag wordt afgevoerd via het (schuine) dak, de dakgoten en de regenpijp naar de (schoon)waterafvoer onder de straat. Wij raden het om de dakgoten regelmatig schoon te maken; Vogelnestjes en bladeren kunnen het systeem verstoppen.

drainage
Mogelijk is bij de woning een drainagesysteem aangebracht, omdat het grondwaterpeil te hoog ligt. Het systeem zorgt dat het grondwaterpeil niet verder stijgt of zelfs zakt. Het voert overtollig water onder en om de woning af naar het oppervlaktewater in de directe omgeving (bij voorbeeld een sloot) of naar het gemeenteriool.
Het drainagesysteem bestaat uit een geperforeerde Pvc-buis voorzien van een filtrerend vezeldoek. Het doek filtert vaste stoffen uit het water. De buis kan echter verstopt raken door beschadiging of boomwortels. Laat daarom minimaal één keer per jaar het drainagesysteem controleren. Het systeem heeft verschillende controlepunten. De verstopping verhelp je door de leiding te laten doorspoelen met stromend water onder lage druk. Niet doorspuiten met hoge druk. Hierdoor spuit je de vervuiling dieper in de het filtrerend vezeldoek, waardoor de drainage alleen maar meer verstopt raakt en zelfs kan beschadigen..

De gemeente bepaalt of je op jouw erf, dus onder de woning en in de tuin, mag draineren.